Zorg binnen de school

Belangrijk binnen het traject ‘zorg’ is een goed contact en overleg met de ouders. Wij vinden het belangrijk dat ouders op de hoogte blijven van wat er met hun kind gebeurt. Ook is het van belang dat school in samenwerking met de ouders een duidelijk beeld krijgt van een leerling in de thuissituatie. Indien noodzakelijk nodigt de leerkracht de ouders tussentijds uit voor een gesprek. Zelf kunnen de ouders ook aangeven prijs te stellen op een gesprek.

 Werken in niveaugroepen

Onderwijs zó geven, dat een kind krijgt wat het op dat moment in zijn of haar ontwikkeling nodig heeft, is een uitdagende opdracht. Het streven is om elke leerling op een zo hoog mogelijk niveau de school te laten doorlopen. De leerlingen werken allemaal op eigen niveaus binnen de aangeboden leerstof. Er zijn drie niveaugroepen:

-Verrijkende-groep                                        (de snelle/slimme leerling)

-Basis-groep                                                      (de gemiddelde leerling)

-Intensieve-groep                                          (de langzame/zwakke leerling)

Als de leerling niet goed op z’n plek zit in een niveaugroep, kan de leerstof na overleg met ouders en intern begeleider, op een passend niveau per vak verder aangepast worden:

  • De leerling krijgt de leerstof van een vorig leerjaar aangeboden voor het betreffende vak.

Dit kan binnen de eigen groep, maar ook groepsoverstijgend.

  • De leerling wordt op een geheel eigen leerlijn geplaatst. Hij/zij wordt losgekoppeld van het reguliere aanbod.

Als leren erg gemakkelijk gaat, Plusgroep

Op onze school zijn er leerlingen die opvallen doordat ze met grote regelmaat beter presteren dan hun klasgenoten. Deze leerlingen krijgen uitdagende oefenstof aangereikt op het gebied van taal, rekenen en/of  wereldoriënterende vakken. Ook deze kinderen komen in aanmerking voor extra zorg. Voor deze leerling is er de Plusgroep die extra aanbod, uitdaging en verrijking biedt.

Leerlingvolgsysteem

De leerkrachten volgen de ontwikkeling van de leerlingen vanaf de kleutertijd tot de overstap naar het Voortgezet Onderwijs. De resultaten van alle leerlingen worden gevolgd door middel van observaties en toetsen. Vooral op het gebied van kernvakken (rekenen & wiskunde, begrijpend lezen, technisch lezen en spelling), maar ook op sociaal emotioneel gebied. De resultaten van de methodetoetsen en de methode-onafhankelijke toetsen (zoals de CITO) worden bewaard in het (digitale) leerlingvolgsysteem Parnassys. De resultaten worden jaarlijks overgedragen aan de volgende groepsleerkracht.

Beleid ten aanzien van het gebruik van toetsen 

De scholen behorende bij stichting De Groeiling hanteren en werken met een vastgesteld toetsbeleid. In het toetsbeleid staat beschreven welke toetsen in een bepaalde periode door de scholen afgenomen worden. De toetskalender van Cito vormt hierbij de leidraad. De toetsen worden groepsgewijs afgenomen. Bij extra toetsen kan er sprake zijn van een individuele afname.

Alle leerlingen doen mee met de groepstoets of er wordt gewerkt met een ontwikkelingsperspectief (OP) voor de leerlingen die niet meekunnen met de lesstof die in de groep wordt behandeld en dus onder óf boven het niveau presteren. Het gaat dus om leerlingen die losgekoppeld worden van het reguliere aanbod en met een eigen perspectief de basisschool zullen verlaten.

Voor een goede vergelijking van de resultaten worden de voorschriften van het Cito zoals die gelden voor de toetsafname gehanteerd. Alleen dan geven de scores een goed inzicht in de vaardigheden van de leerlingen en kunnen betrouwbare interpretaties worden gemaakt. Er kunnen zich omstandigheden voordoen die het noodzakelijk maken om aanpassingen te doen. 

Stappenplan zorg

Ieder mens is uniek waardoor de ontwikkeling van elk kind ook uniek is. Als er zich een probleem voordoet bij een leerling wordt er op school gewerkt volgens een vastgesteld stappenplan:

Stap 1 De leerkracht signaleert een probleem en brengt dit in kaart
Stap 2 De leerkracht voert een handelingsplan uit.
Stap 3 De leerkracht overlegt met de intern begeleider
Stap 4 Externe instanties worden benaderd
Stap 5 Aanmelding

 Stap 1 De leerkracht signaleert een probleem en brengt dit in kaart

Bij een signaal kan het probleem nader in kaart gebracht worden door:

  • een gesprekje met de leerling te houden
  • collegiale consultatie
  • het logboek bekijken
  • een leerling extra observeren
  • didactische toetsen afnemen en te analyseren
  • meer individuele instructie en verwerking te geven
  • extra pedagogische en didactische maatregelen te nemen
  • de leerling bespreken tijdens de bouwvergadering

Stap 2 De leerkracht voert een handelingsplan uit en stelt indien nodig bij

Naar aanleiding van de verkregen informatie uit stap 1 worden de ouders uitgenodigd. Indien nodig wordt er een handelingsplan opgesteld, uitgevoerd en geëvalueerd. Het handelingsplan wordt besproken met de ouders. Bij het evaluatiegesprek over het handelingsplan, ondertekenen de ouders het handelingsplan. Wanneer er zorgen besproken en afspraken gemaakt worden over de leerling, wordt er door de leerkracht een gespreksverslag gemaakt. Dit verslag moet ondertekend worden door de ouders.

Stap 3 De leerkracht overlegt met de intern begeleider

De leerling wordt aangemeld bij de intern begeleider met een duidelijk geformuleerde hulpvraag. Een beschrijving van de al uitgevoerde interventies uit stap 1 en 2 wordt bijgevoegd. Er volgt een probleemverkennend gesprek, waarna een keuze gemaakt kan worden uit de volgende mogelijkheden:

  • Er is meer informatie nodig om het probleem helder te krijgen: bijvoorbeeld door extra toetsing/observatie door leerkracht.
  • Er is onderzoek nodig om het probleem helder te krijgen.
  • De leerkracht stelt i.s.m. de ib-er een nieuw handelingsplan of een Groeidocument op.
  • De leerling wordt besproken in het SOT (School Ondersteunings Team)
  • De leerling wordt op een aparte leerlijn geplaatst.
  • Leerling krijgt extra uitdaging/verdieping en of wordt in de Plusgroep geplaatst.

Stap 4 Externe instanties worden benaderd

De school biedt kinderen zorg op een hoogwaardig ‘basisondersteuningsniveau’. Niettemin zullen sommige leerlingen aangewezen zijn op specifieke arrangementen. We spreken in dat geval van ‘Extra Ondersteuning’. Deze wordt zo mogelijk binnen de school en met hulp van de gelden of personele inzet vanuit het Samenwerkingsverband Passend Onderwijs aangeboden. Het gaat hier om ‘ondersteuning op maat’. Daarbij valt bijvoorbeeld te denken aan extra personele inzet om de leerstof of bepaalde sociale vaardigheden te oefenen. Bovendien kunnen de leerkrachten gebruik maken van de expertise die aanwezig is binnen het expertisecentrum van De Groeiling (De GroeiAcademie). Vanuit De GroeiAcademie kunnen orthopedagogen en onderwijsspecialisten worden ingezet om vast te stellen hoe uw kind het beste ondersteund kan worden en wordt de leerkracht geholpen deze ondersteuning daadwerkelijk te realiseren. Voor de ouders/verzorgers zijn hier geen kosten aan verbonden.

Stap 5 Aanmelding Speciaal (basis)onderwijs

Binnen het samenwerkingsverband Passend Onderwijs werken scholen/besturen met elkaar samen om ervoor te zorgen dat kinderen een optimale ontwikkeling doorlopen en daartoe passende ondersteuning krijgen aangeboden. Het onderwijs, inclusief de extra ondersteuning wordt waar mogelijk thuisnabij aangeboden. Soms is dat niet mogelijk. In dat geval is toelating tot Speciaal Onderwijs of Speciaal Basis Onderwijs aan de orde. Het samenwerkingsverband is verantwoordelijk voor de realisatie, de verdeling en toewijzing van de middelen en voorzieningen voor extra ondersteuning in haar regio.

Eenmaal in de vier jaar stelt het bestuur van het samenwerkingsverband een Ondersteuningsplan op, waarin afspraken en beleid worden vastgelegd. Dit Ondersteuningsplan is te vinden op de website van het samenwerkingsverband.

De school behoort tot

  1. Samenwerkingsverband Primair Onderwijs Midden Holland

In het Samenwerkingsverband PO Midden-Holland is een samenwerkingsverband in de regio rond Gouda. Voor meer informatie zie: https://swv-po-mh.nl/

  1. Samenwerkingsverband Passenderwijs.

Passenderwijs is een samenwerkingsverband voor primair onderwijs in de regio Utrecht West . Voor meer informatie zie: https://www.passenderwijs.nl/

  1. Samenwerkingsverband Rijnstreek.

Samenwerkingsverband Rijnstreek is een samenwerkingsverband in de regio Alphen a/d Rijn. Voor meer informatie zie: www.swvrijnstreek.nl

Interne begeleiding

De intern begeleider (IB-er) Helen de Groot is op dinsdag en donderdag werkzaam op school. Zij is in samenwerking met leerkrachten, directie en mogelijke externe deskundigen verantwoordelijk voor de begeleiding van de zorgleerlingen binnen de groepen 1 t/m 8. 

De taken van de intern begeleider zijn onder andere het leiden en organiseren van groepsbesprekingen, het  diagnosticeren van leer- en gedragsproblemen, het begeleiden van leerkrachten bij het opstellen van groepsplannen en handelingsplannen, zorg dragen voor het leerlingvolgsysteem en de begeleiding bij de oudergesprekken van zorgleerlingen.

Externe instanties

De GroeiAcademie

De GroeiAcademie geeft informatie, voorlichting/cursussen en begeleiding aan scholen. De interne begeleider kan met toestemming van de ouders kinderen laten onderzoeken. Er kunnen verschillende onderzoeken aangevraagd worden, zoals een capaciteitenonderzoek,  een psychologisch onderzoek of een observatie. De onderzoeksresultaten worden tijdens een gesprek toegelicht door de orthopedagoog of door de OnderwijsSpecialist (OS) van De GroeiAcademie. Ouders, leerkracht(en) en interne begeleider zijn hierbij aanwezig. De GroeiAcademie zorgt voor de verslaglegging. 

GGD (Geestelijk GezondheidsDienst)

In de groepen 2 en 7 vindt er een preventief gezondheidsonderzoek (PGO) plaats door de schoolarts. Dit onderzoek richt zich op het totale kind en het functioneren op school en thuis. Eventuele bijzonderheden worden besproken met de leerkracht en in de gaten gehouden. Het consultatiebureau geeft opvallende gegevens over kinderen door aan de schoolarts. De schoolarts kan doorverwijzen naar huisarts, logopediste en/of jeugdhulpverlening. Ouders, leerlingen en leerkrachten kunnen ook buiten de preventieve gezondheidsonderzoeken een beroep doen op de schoolarts.

CJG (Centrum voor Jeugd en Gezin)

Vanaf 1 januari 2015 zijn de gemeenten verantwoordelijk voor de jeugdhulp. De jeugdhulp is er voor kinderen en gezinnen bij opgroei- en opvoedingsvragen. De regering heeft besloten dat het jeugdzorgstelsel anders moet. Alle budgetten voor jeugdhulp komen samengevoegd onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten. De transitie van de jeugdhulp naar gemeenten moet zorgen voor betere en goedkopere jeugdhulp.

Vanaf 1 januari 2015 kun je bij het CJG (Centrum voor Jeugd en Gezin) ook terecht voor specialistische (jeugd)hulp. Deze hulp wordt geboden door het Jeugd- en Gezinsteam (JGT). In dit team werken deskundigen uit verschillende organisaties samen om ouders snel en persoonlijk te ondersteunen als ze vragen hebben over of problemen hebben met opvoeden en opgroeien. Ouders kunnen terecht bij het Jeugd- en Gezinsteams (JGT).

Met de Jeugd- en Gezinswerker van het JGT bespreken ouders de hulpvraag. Die medewerker en ouders beslissen samen wat de volgende stap is. Mogelijk vraagt de medewerker hierbij advies aan zijn/haar team. Dit gebeurt in overleg met ouders. Daarna wordt er samen een plan gemaakt. Ouders krijgen een vast contactpersoon. De contactpersoon blijft betrokken, totdat ouders op eigen kracht weer verder kunnen.

Schoolmaatschappelijk werk (SMW)

Het Schoolmaatschappelijk werk werkt samen met ouders en de school om de ontwikkeling van de kinderen zo voorspoedig mogelijk te laten verlopen. Het SMW werkt actief om problemen bij het opgroeien en het opvoeden te signaleren en te verminderen. Het SMW doet dit door:

  • De scholen te ondersteunen bij het signaleren van knelpunten en het uitvoeren van de zorgtaak.
  • Hulpverlening te bieden aan ouders en kinderen.
  • Toe te leiden naar passende, gespecialiseerde zorg.

Het welzijn van het kind, zowel thuis als op school, staat hierbij centraal. U kunt de Schoolmaatschappelijk werker bereiken via de IB-er van de school.

 Langdurig zieke kinderen

Het is belangrijk dat ouders kenbaar maken wanneer hun kind door ziekte langere tijd niet naar school kan komen. De school zal samen met de ouders bekijken hoe het onderwijs toch voortgezet kan worden. Het is niet alleen onze wettelijke plicht om voor elke leerling, ook als hij/zij ziek is, te zorgen voor goed onderwijs. Wij vinden het minstens zo belangrijk dat het kind tijdens zijn ziekte goed contact met groepsgenoten en de leerkracht heeft. Vanzelfsprekend is het doorgaan van onderwijs belangrijk. De zieke leerling blijft dan actief bezig met wat bij het dagelijkse leven hoort. Hierdoor wordt zoveel mogelijk voorkomen dat een leerling door ziekte achterop raakt of –in het uiterste geval- doubleert.

Voor meer informatie over onderwijs aan zieke leerlingen, neem een kijkje op de website van Ziezon (landelijk netwerk Ziek Zijn en Onderwijs) Uiteraard is er ook informatie op school verkrijgbaar. www.ziezon.nl

Dyslexiebeleid op De Akker

De leerling met lees- en spellingsproblemen is gebaat bij de nodige aanpassingen. Het reguliere programma biedt deze leerling vaak onvoldoende mogelijkheden omdat de leerling behoefte heeft aan veel instructie en een op maat gesneden individuele begeleiding. Het leerlingvolgsysteem van de school is voorzien van een apart dyslexieprotocol (onderdeel van het leesplan). Hierdoor kunnen we kinderen met leerproblemen of leesproblemen al vroeg signaleren en begeleiden. Bij leerlingen uit de eerste jaargroepen kan enkel een vermoeden van dyslexie uitgesproken worden.

Ernstige dyslexie

Indien er vermoeden is van ernstige dyslexie is de school verplicht een dossier aan te leggen waarmee het vermoeden wordt onderbouwd. De school moet kunnen aantonen dat gedurende minstens anderhalf jaar lang extra inspanningen zijn verricht op het gebied van spelling- en leestaken. Ouders kunnen met dit dossier en een akkoordverklaring van het College voor Zorgverzekeringen een vergoeding bij hun zorgverzekering aanvragen. De zorgverzekeraar vergoedt de diagnostiek (het onderzoek). Bij ernstige dyslexie wordt de voorgestelde behandeling ook vergoed.

Dyslexieverklaring

Een officiële dyslexie verklaring heeft de school niet nodig om over te gaan tot aanpassingen voor de leerling. Op school zijn er afspraken gemaakt over de begeleiding van leerlingen die in het bezit zijn van een dyslexiedossier. Dit is dan ook de reden dat de school geen onderzoek naar dyslexie laat verrichten op verzoek van ouders. Indien deze wel een dyslexieverklaring wensen, zullen zij dus op eigen initiatief een onderzoek moeten laten afnemen en bekostigen.

Dyscalculie

Er zijn ook kinderen waarbij sprake is van ernstige problemen op het gebied van rekenen. We spreken in zo’n geval over dyscalculie. Kinderen met dyscalculie hebben hardnekkige problemen bij het aanleren en automatiseren van de basisvaardigheden van het rekenen. In tegenstelling tot leerlingen waarbij sprake is van dyslexie is de school niet verplicht een speciaal dossier aan te leggen. Dat neemt niet weg dat bij het vermoeden van ernstige rekenproblemen op school zal worden overgegaan tot aanpassingen en eventuele extra begeleiding van deze leerlingen.

 

Overgaan of doubleren?

Instroom in de kleutergroepen

Op De Akker stromen kinderen in zodra ze de leeftijd van vier jaar hebben bereikt.

  • Kinderen die vóór 1 januari geboren zijn.

Kinderen die vóór 1 januari geboren zijn starten in groep 1 en zullen in beginsel aan het einde van het schooljaar doorstromen naar groep 2 en een jaar later naar groep 3. Uiteraard kan de school tot de conclusie komen dat een leerling die vóór 1 januari jarig is voor doublure in de kleutergroepen in aanmerking komt. De kinderen uit de genoemde periode moeten niet per se doorstromen. Ze stromen door, tenzij het voor hun ontwikkeling beter is dat ze extra tijd in de kleutergroep krijgen. Hun ontwikkeling (cognitief en sociaal-emotioneel) is hiervoor bepalend en niet de geboortedatum en leeftijd.

  • Kinderen die geboren zijn na 1 januari starten in groep 0.

Kinderen die geboren zijn na 1 januari starten in groep 0 en gaan in beginsel na de zomervakantie naar groep 1 en een jaar later naar groep 2. Er kan van dit principe afgeweken worden indien hun ontwikkeling dit toelaat.

Onderbouwing bij een doublure

De school bepaalt de loopbaan van de kinderen. De beslissingen over een doublure worden door de school onderbouwd en zij informeert de ouders hierover juist en tijdig. Onderbouwing geschiedt aan de hand van het leerlingvolgsysteem. Dit bestaat uit observaties, de methode Kleuterplein , gegevens van KANVAS, de sociaal emotionele ontwikkeling en de Cito E1 en M2 toetsen taal en rekenen voor kleuters.

Consequenties van een doublure in groep 1/2

Bij een doublure in groep 1 of 2 is het niet gebruikelijk om ook nog in hogere groepen te doubleren omdat er dan een leeftijdsverschil van twee of meer jaren met andere leerlingen ontstaat.

Doubleren in groep 3 t/m 8

Door steeds meer rekening te houden met de onderwijsbehoeften van leerlingen kunnen zij op hun eigen niveau de basisschool doorlopen. Binnen de methodes zijn er steeds meer mogelijkheden om te werken op niveau. Ook zijn er leerlingen die in een lagere groep meedoen met rekenen, maar op de andere kennisgebieden in hun eigen groep. Van doubleren kan dus eigenlijk geen sprake meer zijn. Toch kunnen er zich in de praktijk situaties voordoen waarbij in het belang van de ontwikkeling van het kind toch over doubleren gesproken zal worden.

Versnellen

Sommige leerlingen hebben minder onderwijstijd nodig dan andere. Als we voortdurend merken dat een kind niet voldoende wordt uitgedaagd om zich verder te ontwikkelen, moet worden gezocht naar de beste mogelijkheid om het onderwijsleerproces te vervolgen.

Besluitvorming

De uiteindelijke beslissing over doubleren of versnellen van een leerling wordt altijd, na overleg met betrokkenen en op basis van observaties en toetsgegevens, door de directie genomen.

Veiligheid en hygiëne

Het schoolgebouw, de speelplaats en de directe omgeving van de school zijn van invloed op de veiligheid, gezondheid en leerprestaties van het kind. In geval van een (besmettelijke) infectieziekte geeft de GGD voorlichting en adviezen om verspreiding zoveel mogelijk tegen te gaan.